4 066 leegstaande woningen in Limburg
Uit recent onderzoek van Bond Beter Leefmilieu blijkt dat 1 op 100 woningen in Vlaanderen leegstaat. Voor Limburg gaat het om 4 066 leegstaande woningen, en dat is volgens de onderzoekers een duidelijke onderschatting. Achter elk leegstaand gebouw schuilt een gemiste kans om iemand een veilige thuis te bieden.
Op donderdag 27 november verzamelden de organisaties en sympathisanten aan de Dokter Willemsstraat 23 in Hasselt, waar onder meer het oude politiekantoor en het voormalige gerechtsgebouw al jaren leegstaan. Twee symbolische plaatsen in een provincie waar de woonnood scherp voelbaar is.

Tijdens de actie werd de expo ‘ogen-blik’ getoond. Deze reeks portretten legt geen gezichten vast, maar blikken: telkens één oog van mensen die vandaag dak- of thuisloos zijn. In dat ene oog staat een zelfgekozen woord dat dat hun verhaal samenvat. Hun blik vertelt hoe fragiel hun situatie is, hoe groot hun veerkracht, en hoe zichtbaar de impact van een onbereikbare woonmarkt.
Salvatore Lampariello, opbouwwerker bij SAAMO Limburg, ondersteunt dak- en thuislozen in Café Anoniem in Hasselt: “De foto’s tonen alleen de ogen van mensen die dak- en thuisloos zijn, maar in elke blik zit een heel verhaal. Je ziet er hun mentaal welzijn in weerspiegeld en hoe complex hun situatie is. Het zijn geen gewone foto’s: ze roepen ons op om dakloze mensen te zien als individuen, met gevoelens, dromen en een eigen verhaal. Met deze expo willen we mensen uitnodigen om verder te kijken dan een eerste indruk en echt contact te maken met wie vaak over het hoofd gezien wordt.”

Leegstand is geen onvermijdelijk gegeven, maar een beleidskeuze. En die keuze kan anders, vinden de organisaties achter de actie.
Nathalie Pirenne, opbouwwerker wonen bij SAAMO Limburg: “Voor veel dak- en thuislozen, maar ook voor mensen die vandaag in te dure of slechte woningen leven, is de voortdurende leegstand van zoveel gebouwen een doorn in het oog. Daarom vragen we een krachtiger woonbeleid en schuiven we een aantal noodzakelijke oplossingen naar voren.”
Daarom vragen we:
